Harry Piller (1938)

Harry Piller werd op 13 oktober 1938 in Amsterdam geboren, als enig kind van een fruitkoopman en een strijkster. In 1950 ging hij naar het Amsterdamse Montessori Lyceum. In zijn middelbare schooltijd deed hij veel aan sport: basketball en volleyball in het schoolteam. Voetbalde enkele jaren in de jeugd van Ajax ( C1 en B1). Tijdens de muzieklessen kwam hij in contact met het slagwerk, kwam al snel in het schoolorkest en speelde in verschillende bandjes.

Na zijn eindexamen (richting HBS-B ) werd muziek het belangrijkste. Lessen bij Jan Straatmans. Hij speelde in die tijd o.a met Nedly Elstak, Toon van Vliet, Misha Mengelberg, Theo Loevendie, Piet Kuiters en Cees Schrama. Later met o.a. Frans Elsen, Michael Moore en Benjamin Herman. In 1959 won hij met het Trio Misha Mengelberg het Loosdrecht Jazz Concours.

In 1969 begon hij wiskunde te studeren aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1979 afstudeerde na enkele jaren als assistent te hebben gewerkt. In 1980 volgde zijn aanstelling als docent en onderwijsorganisator aan de Sub-Faculteit Wiskunde van de UvA. In 1990 overstap naar de faculteit der Economische Wetenschappen waar hij in 1996 de prof. dr. H.J. van der Schroeff Prijs kreeg voor bijzondere onderwijsprestaties.

Gaandeweg begaf hij zich op het gebied van de Beeldende Kunsten. Inmiddels heeft hij een uitgebreide collectie 2 -, 2 1⁄2 - en 3-dimensionale werken gemaakt met als kenmerken: kunsthistorische referenties, miniaturen, mathematische uitvoering, speelse vormgeving en variatie in materialen.

Groepsexposities in Edinburgh (2009, Edinburgh Art Festival, Perennial Art) en Amsterdam (2002, Sociëteit De Kring). Solo in het Vierwindenhuis (2003).

Hema Nieuwendijk, maandelijkse mini-exposities  i.s.m. Ferry André de la Porte (2015), ARTZUID expositie 41 kunstwerken (2015), Expocafé Zamen (2015)

Contactadres: mooiekunst@harrypiller.nl

 

Text: Pim Fenger. Foto’s: Philip Mechanicus; Pieter Boersma; Jean van Lingen.

HARRY PILLER, in gesprek met Cintha van Heeswijck

“Ik maak als het ware een tafereeltje van een wand van een museum of van een galerie”, aldus Harry Piller. Hij zoekt zijn inspiratie deels in de werken van grote kunstenaars, zoals Karel Appel, Elsworth Kelly en Pablo Picasso. Piller maakt composities van verschillende werken, heel simpel een schilderij en een sculptuur aan de wand. Welke werken hij samen in die witte ruimte positioneert is puur toeval. Piller is naar zijn zeggen een opportunist: wat zich voordoet probeert hij toe te passen. En als het niet echt werkt haalt hij het uit elkaar. Hij maakt vanaf het begin veel gebruik van bestaande dingen. Hij kijkt in winkels naar mooie dingen die hij kan gebruiken in zijn werk. Er zijn veel kunstenaars die werken met gevonden voorwerpen, zoals schelpen, maar Piller gebruikt meer dingen waar hij bij toeval tegenaan loopt in winkels.

Piller sluit aan bij de Pop Art. “Ik begin met iets om te kijken hoe ver ik kom”. Piller is autodidact. “Ik ben drummer. Ik heb wiskunde gestudeerd en heb onder andere les gegeven aan middelbare scholen en de Universiteit van Amsterdam.” Zijn meetkundige kennis gebruikt hij niet bewust in zijn composities.

Harry Piller liet zich inspireren door een vriend en kunstenaar Leon Wildschut 25 jaar geleden. Wildschut nam hem mee naar musea. Piller en hij spraken veel over kunst en Wildschut leerde hem kijken. “Als ik in het museum liep dacht ik dat kan ik ook. Net zoals zoveel mensen zeggen als ze een museum bezoeken dat kan mijn kleine broertje ook, ben ik dat kleine broertje”, aldus Piller.

Piller is een montessori leerling. Met knutselen en met zijn handen werken is hij groot gebracht. Zijn werk is sober. Harry is niet van het grote gebaar, hij blijft binnen de lijntjes en wil de mensen blij maken. Hij heeft een hekel aan het treurige.

Cintha van Heeswijck, directeur ART ZUID
juni 2015